thema: deel uitmaken van een gemeenschap, integratie en afstoting, conditionering, leven en dood, eeuwigheid.
De ene as staat voor verenigen tegenover afscheid. De andere as voor vertrouwen op het instinct tegenover scheppende levenskracht en onafhankelijkheid.
Troef 2: De Hogepriesteres bindt mensen tezamen, houdt algemene waarden in stand en is dol op rituelen.
Haar macht lijkt ingeboet sinds de tijd dat de stam alles was en het
individu niets, want zij staat voor het collectief. Individualisme vindt ze niets.
Toch is ze taaier dan men denkt. Van bij voorbeeld sport weet ze weliswaar niets;
niettemin is zij de Vrouwe van het Voetbal.
Zonder haar is de mens eenzaam.
Het getal twee: Dualiteit, aantrekking, afstoting.
Verzoening, rivalisering, verandering. Afwachten wat anderen doen.
Met teveel ego leidt “twee” tot geslepen manipulatie en meedogenloosheid, met te weinig ego tot
lijdzaamheid, klagerigheid en het opdraaien voor andermans fouten.
De twee-kaarten: verzoening van tegenstellingen (Bekers 2 op kleine,
Zwaarden 2 op grote schaal),
eeuwige verandering door overbrugbare geschillen (Schijven 2),
heerschappij versus afhankelijkheid of gedwongen harmonisatie (Staven 2).
Leidt tot harmoniseren (Bekers 2, Zwaarden 2), veranderen (Zwaarden 2 en Schijven 2) of rivaliseren (Staven 2 is strijdlust en meedogenloze wil tot doorzetten).
Troef 8: De Kracht is overgave aan verlangens en hartstochten of onder controle houden van driften.
De Kracht overwint oude angsten en bevrijdt zich van knellende banden.
De Kracht komt diep vanuit het zelf en vertrapt de algemene waarden als die daar niet mee stroken. Bestaande morele waarden vallen, een nieuwe moraal wordt geboren.
Het getal acht: een nieuw begin (7+1).
Een doopvont is altijd achthoekig.
Het staat voor doorzettingsvermogen
en vastberadenheid, praktische en materialistische instelling, concrete plannen.
De acht-kaarten: Het nieuwe begin is er,
bij Schijven 8 gepaard gaand met
ijver en behoedzaamheid,
bij Staven 8 een vonk van de geest.
In Bekers 8
(oververmoeid, leeggezogen, onvermogen om het verleden los te laten) wordt er nog niet aan
begonnen,
evenmin als in Zwaarden 8 (blokkades, weerstand, irritaties).
Troef 13: De Dood kapt af, betekent afscheid, verlies, is eenzaamheid.
De Dood met de Zeis kapt de halmen voor de oogst.
Het staat voor loslaten en verder gaan. De Dood kapt wat niet meer deugt onbarmhartig weg, maakt ruimte voor iets nieuws, geeft onthechting en bevrijding.
Gevaar van verlammende angst en stilstand.
Troef 19: De Zon, levenbrenger, scheppende levenskracht, bevrijding van wat onecht en plichtmatig is, harmonie van ziel en geest.
Ze brengt vreugde, onbevangenheid en succes.
De Zon is samenwerking op basis van van zelfkennis en onafhankelijkheid.
Gevaar van zelfbedrog, verblinding, grootspraak.
|
|
|
de Hogepriesteres en de Kracht |
|
|
|
De Hogepriesteres is afstandelijk, ongrijpbaar. De Hogepriesteres bindt mensen tezamen, houdt algemene waarden in stand en is dol op rituelen. |
De Kracht is overgave aan een persoon, ervaring of opgave De Kracht komt diep vanuit het zelf en vertrapt de algemene waarden als die daar niet mee stroken. |
|
|
|
de Hogepriesteres en de Dood |
|
|
|
De Hogepriesteres verenigt, is de warmte van de groep, de gemeenschap. De Hogepriesteres is het vertrouwen op wat de intuitie ingeeft. De Hogepriesteres is begripvol en mild. De Hogepriesteres doet niets als de groep ontspoort; pesten, vernielen. Zelfs tegen heksenjachten, lynchpartijen, kruistochten, oorlog doet ze niets. |
De Dood kapt af, betekent afscheid, verlies, is eenzaamheid. De Dood is verlammende angst, verwarring, wanhoop. De Dood is hard. De Dood kapt wat niet meer deugt onbarmhartig weg, maakt ruimte voor iets nieuws, is scheppend, vindingrijk. |
|
|
|
de Hogepriesteres en de Zon |
|
|
|
De Hogepriesteres staat voor aangeleerde gewoonten en voor groepsdwang. De Hogepriesteres staat in verbinding met het eeuwige. |
De Zon is scheppende levenskracht, vreugde, levendigheid, vervulling. De Zon is zelfbedrog, grootspraak, arrogantie, blind idealisme. |
|
|
|
de Kracht en de Dood |
|
|
|
De Kracht laat zich meeslepen door driften, woede en jaloezie, heeft ruzie en eindeloze conflicten. De Kracht overwint oude angsten en bevrijdt zich van knellende banden. |
De Dood neemt afstand, afscheid, laat los. De Dood is verlies en angst. |
|
|
|
de Kracht en de Zon |
|
|
|
De Kracht stort zich met overgave in iets, is blind De Kracht is eerlijk en vertrouwt het instinct. |
De Zon is samenwerking op basis van van zelfkennis en onafhankelijkheid. De Zon is overmoed en vergt teveel van zichzelf. |
|
|
|
de Dood en de Zon |
|
|
|
De Dood is dood. De Dood is verdriet en pijn, falen. De Dood met de Zeis kapt de halmen voor de oogst De Dood is onthechting en bevrijding. |
De Zon is leven. De Zon is vreugde, onbevangenheid en succes. De Zon liet het koren groeien. De Zon ziet alles rooskleurig, ook als daar geen reden toe is. |