De Tarot bestaat uit 78 kaarten, verdeeld in twee groepen:

troevenwiel
troevenwiel (21K)

De grote Arcana

De 22 troefkaarten vormen de Grote Arcana van de tarot. Die troeven kan men in een cirkel plaatsen. Tijdens een leven doorloopt men deze cirkel diverse malen, te beginnen met de Dwaas (troef 0) tot het Universum (troef 21). Tegenover elkaar liggende troeven zijn tegenstellingen. De thema's zijn gebaseerd op deze cirkel, namelijk twee paren van deze tegenstellingen.

De kleine Arcana

De Kleine Arcana van de tarot kent, net als veel indelingen uit de oudheid, een vierdeling op grond van de 'elementen': vuur, water, lucht en aarde. Elk element heeft 14 kaarten; de nummers 1 tot 10 en de 4 kaarten van de 'hofhouding'. Omdat er een relatie is tussen deze nummers en de nummers van Troeven hebben de kaarten ook een plaats binnen de thema's.